HET VERSLAG VAN EEN EXPERIMENTEEL ONDERZOEK VERSIE TWEEDE FASE
Wordt gebruikt bij de vakken Natuurkunde, Scheikunde en Biologie.
1. Titelblad. Hierop moet de titel, naam, klas, datum, docent en vak duidelijk zijn.
2. Inhoudsopgave. Hierin wordt aangegeven op welke bladzijde, welk hoofdstuk begint. Dit
onderdeel kan geëist worden als de omvang van het verslag daar om vraagt.
3. Inleiding met onderzoeksvraag. Wat willen de onderzoekers door middel van het onderzoek te
weten komen? Hierin dienen de volgende onderwerpen aan de orde te komen;
de reden van het onderzoek,
de reden van de onderwerpkeuze,
een verklaring voor de hoofdstukindeling
de onderzoeksvraag
4. Theorie en hypothese. Hierin staat de theorie die aan het experiment ten grondslag ligt. Wij
denken dat het verstandig is de leerlingen te laten wennen aan het opzoeken van allerlei zaken in
andere (leer)boeken, naar de bibliotheek gaan en op internet zoeken. Als laatste kan een
hypothese een goed onderdeel voor de opbouw van het verslag zijn. Een hypothese is een
vooronderstelling , een verwachting van de resultaten die vóór het begin van het experiment
geformuleerd wordt.
5. Materiaal en Methode. Dit moet een beschrijving van de handelingen zijn volgens het
kookboekprincipe , géén ik, wij o.i.d. Dus Voeg een druppel indicator toe aan Maak de
opstelling, zoals die in of Gebruik de microscoop en kijk bij een vergroting van 400X. .
6. Waarnemingen en Resultaten. We kiezen voor een duidelijke scheiding van handelingen en
waarnemingen. Een experiment moet kunnen worden nagedaan. Het door elkaar vermelden van
handelingen en waarnemingen zou een ongewenste beïnvloeding kunnen veroorzaken.
Waarnemingen zijn uiteraard ook resultaten. Indien mogelijk dienen de resultaten in tabel- en in
diagram- of grafiekvorm te worden vermeld. Ook de berekeningen die nodig zijn geweest om tot
de resultaten te komen dienen vermeld te worden, mogelijk in een bijlage.
7. Conclusie. Dit is een antwoord op de onderzoeksvraag. Hierin dienen de waarnemingen en
resultaten verwerkt te zijn. Indien er een hypothese geëist wordt, dient ook de hypothese bij de
conclusie betrokken te worden. DE CONCLUSIE IS GEEN HERHALING VAN RESULTATEN,
maar geeft de betekenis aan van de resultaten.
8. Discussie / Evaluatie. In dit gedeelte dienen de leerlingen te reflecteren op hun handelen en hun
resultaten. Het kan zijn dat de resultaten afwijken van de in de literatuur vermelde feiten. Dan
moeten ze op zoek gaan naar mogelijke oorzaken. Altijd dient er een foutenanalyse gemaakt te
worden. Verder moeten er aan het einde van onderzoek suggesties gedaan worden voor
vervolgonderzoek en/of toepassingen van het onderzoek.
9. Literatuurlijst of bronnenboek. Bij de literatuuropgave wordt gewerkt volgens het auteurjaarsysteem
(het systeem van het vak Nederlands). Dit voorziet in een alfabetische ordening op
achternaam van de auteur of uitgevende instantie en vermeldt ook prominent in welk jaar de
publicatie is verschenen. Zie schooleisen voor de bronvermelding .
10. Logboek. Is verplicht bij opdrachten die 10 of meer SLU kosten
.
Afspraken tweede fase t.a.v.
Onderwerp (dus vrijheid in het maken van deelvragen en onderzoeksplan)
Lengte werkstuk
Inleverdatum voorlopige en definitieve versie
Getypt, lettertype 11 of 12, regelafstand
Notenapparaat; voetnoten, eindnoten en uitlegnoten
Eisen uiterlijke vormgeving, kwaliteit diagrammen, plaatjes en foto s
De stijl moet correct zijn: geen spreektaal. Bij de formulering van hoofd- en deelvragen en
hypotheses is de ik- en wijvorm taboe.
Zonder taalfouten
De verschillen tussen opdrachten voor brugklas 1 en eind tweede fase/4VMBO zitten in de mate
waarin de opdracht voor gestructureerd is en in de afspraken die over het verslag gemaakt worden.



